
Elke inwoner zal bijdragen in de investerings- en renovatiekosten van alle erkende kerkgebouwen.
Onze fusiegemeente telt tien kerken op het grondgebied, waarvan er drie zijn bestemd als parochiekerk (Merelbeke-centrum, Melle-centrum en Gontrode). Je zou dus denken dat er zeven een andere invulling zullen krijgen? Maar dat is niet zo. Toch niet voor alle zeven. Vier kerken; twee zowel in Melle als Merelbeke kregen al een herbestemming. Dit houdt in dat er nog drie kerken in de pipeline zitten voor een neven- of herbestemming nl. de kerk van Melsen, Munte en Lemberge.
Deze herbestemming moet worden vastgelegd in een kerkenbeleidsplan. Maar dat blijkt geen evident verhaal te zijn. Begrijpe wie kan dat er hierover al meer dan 20 jaar wordt gediscusieerd en dat de huidige bestuursmeerderheid besliste dat de herbestemming van deze drie kerkgebouwen niet vóór 2031 zal gebeuren.
Deze drie kerken worden voornamelijk gebruikt voor socio-culturele activteiten en in mindere mate voor ere-diensten. Maar dat houdt één groot financieel nadeel in voor onze gemeente. Want uiteindelijk draait deze aanslepende discussie om geld. Geld om de kerkgebouwen te verfraaiien en in te richten.
Een wet uit 1802 verplicht dat gebouwen voor ere-diensten moeten worden onderhouden door de gemeente. De maatschappij wijzigde evenwel in meer dan 200 jaar tijd waardoor deze wet duidelijk voorbijgestreefd is, maar de wet werd nog niet geschrapt. In 2004 werd er wel beslist dat de kerkfabrieken ook vanuit hun eigen financiële middelen mogen bijdragen voor de investerings- en renovatiekosten. De vraag blijft telkens of zij dit ook zullen doen, want in het kerkenbeleidsplan staat dat de herbestemming niet vóór 2031 zal gebeuren.
Voor alle duidelijkheid: tot 2031 wordt er 1,5 miljoen euro voorzien om deze zes kerkgebouwen te verfraaiingen en in te richten. Waaronder 356.000 euro voor de drie kerken, die al minstens twintig jaar in het traject voor herbestemming zitten en als socio-culturele ruimte worden gebruikt.
Om meer financiële inzicht te krijgen, werden alle kerkfabrieken gevraagd naar hun financiële draagkracht. Ondanks de belofte dat dit transparant aan de raad van 24 maart jl. zou worden gecommuniceerd, werd deze informatie niet bezorgd. Dit versterkt enkel het vermoeden dat de kerkfabrieken niet willen bijdragen in de renovatie- en investeringskosten van hun eigen patrimonium en dit vindt Vooruit+ problematisch.
Wie zal dan het gelag wel betalen? Dat zijn alle inwoners van onze gemeente, die belastingen betalen en via deze gemeentebelastingen 1,5 miljoen euro bijdragen in de gebouwen voor de erediensten, die naar alle waarschijnlijkheid al lang niet meer de hunne is.
Vooruit+ gaf aan open te staan voor een constructief overleg met alle betrokken partners om tot een consensus te komen, maar tot op heden vond dergelijk overleg niet plaats.
Vooruit+ stemde als enige politieke partij tegen het kerkenbeleidsplan.
Wordt vervolgd.
